Lieve horeca- en winkelmedewerkers, deze is voor jullie!

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Ik ben groot fan van ‘The Best Social Media’. Elke dag haken ze in op de grappigste en opvallendste tweets, Instagram- en nieuwsberichten, en dat doen ze op geheel unieke wijze.

Ongeveer een week geleden was er een blogpost speciaal voor mensen die in supermarkten werken, over dagelijkse ergernissen én verrassingen waar zij zoal tegenaan lopen, onderling én dankzij de klanten aldaar: Supermarktmedewerkers, zet je schrap

Nu werk ik niet in een supermarkt maar ik was toch nieuwsgierig want indirect ging het waarschijnlijk over mij. Ik ben immers ook klant bij een supermarkt en ik ben er zo eentje die cupjes koffiemelk pakt met de langste houdbaarheidsdatum. Manlief en ik drinken onze koffie namelijk zwart dus die melk is enkel voor visite die wel melk gebruikt, ergo: graag zo lang mogelijk houdbaar. Dus spit ik dat vak door, zie al die data, en vind met grote regelmaat een exemplaar waarvan de houdbaarheidsdatum al (lang) is verstreken. Hetzelfde geldt voor de ‘raw lemonade’ en ‘groene groentesapjes’. En ja, ik ben dus zo’n klant die al die exemplaren dan verzamelt en aan een supermarktmedewerker geeft. Altijd vriendelijk hoor, maar toch…ik doe het wél. En ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat ze (die supermarktmedewerkers dus) voor mensen zoals ik dan dit soort ‘memes’ gebruiken in hun WhatsApp-groep.

Edoch, al lezende bedacht ik me dat er ook wel een paar dingetjes zijn waar ik als klant iets van vind. Dus heb ik die even op een rijtje gezet:

In een kledingwinkel vragen of ze ook een zwart T-shirt hebben en dan als antwoord krijgen:
Ik heb wel blauw, of grijs als je dat liever hebt?’
Ehh, volgens mij zei ik echt ‘zwart’.

In een kledingwinkel vragen of ze ook een T-shirt met V-hals hebben en dan als antwoord krijgen: ‘V-hals? Nee, wel een ronde, in diverse kleuren’
Begin ‘ns met de juiste hals zou ik zo zeggen.

In de roemruchte supermarkt vragen waar de verse pijnboompitten liggen en dan als antwoord een heel aparte blik krijgen die het midden houdt tussen paniek, ergernis en vraagtekens. Je ziét ze denken: ‘What the f… zijn pijnboompitten en waarom zou iemand die eten?’’ Over Madame Jeanette begin ik dan maar niet meer. 

Bij zo’n grote parfumerieketen, waar ze altijd binnen drie seconden aan je vastgeplakt zitten, vragen of ze een dagcrème op gelbasis hebben. Als je toch mijn waakhond, ehh, sorry, personal shopper bent, kan ik je net zo goed gebruiken toch? En dat waakhond, oeps, personal shopper in kwestie, dan de achterkant van de verpakking gaat staan lezen.  Serieus, lezen kan ik zelf wel, heb ik geen hulp bij nodig.

En, toch wel één van de mooiste, op een terras in het mooie Zuid-Limburg:

We waren met vijf mensen. Vier bestelden een wafel met warme kersen, ééntje (ik) wafel met aardbeien. ‘k Blief namelijk geen kersen, zelfs niet een beetje. En dat dat meisje dan komt met een dienblad vol borden en écht viér keer vraagt: ‘Voor wie is de wafel met warme kersen?’ Ze heeft het alleen maar aan mijn Lief te danken dat ik niet hardop aan haar heb gevraagd of ze zelf ook niet dacht dat het misschien slimmer was om te beginnen met ‘wie had de wafel met aardbeien?’ 

Om het vervolgens, in ieder geval bij mij, definitief te verpesten toen ik een cappuccino bestelde en ze doodleuk aan me vroeg: ‘met melk?’