Hoe lang blijf je nog bij me?

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Je knippert één keer met je ogen en ze zijn volwassen’. Een veelgebruikte uitspraak als het gaat over kinderen, omdat ze zo snel opgroeien. Niemand vertelt je dat dit voor je furry babies net zo geldt. Stom eigenlijk, want is het niet zo dat we over honden en katten zeggen dat één levensjaar van hen, gelijkstaat aan zeven levensjaren van ons.

Niemand heeft me ooit gewaarschuwd hoe snel katten oud worden. Dat moet je maar ondervinden, meemaken. Het moment waarop je ’s morgens binnenkomt en je realiseert dat je echt niet meer naar een volwassen kat kijkt, maar naar een oud dametje. Natuurlijk, de kittenfase, die fase waarin ze helemaal niets hoeven te doen om je hart te laten smelten, die gaat snel voorbij. Maar dan komen er nog járen van plezier. Talloze momenten waarop je denkt ‘Ah gossie, kíjk nou! Zo lief!’

Muis met ‘grote broer’ Garfield. 

DOOF

Totdat moment waarop het tot je doordringt dat het geen toeval is dat ze je niet direct hoort. Ze is doof aan het worden. Daarom schrikt ze zo wanneer je ‘ineens’ naast of achter haar staat, of naar haar toeloopt op de bank waar ze ligt te soezen. Dat is ook zoiets: ze slaapt veel meer. En ligt het aan mij of zijn haar oogjes minder helder?

Ze gaat ook minder naar buiten, enkel nog naar het grote terras via de schuifdeuren, als het zonnetje schijnt. Nu ik me realiseer hoe fragiel en oud ze werkelijk is, ben ik daar wel blij om. Hoef ik me geen zorgen om haar te maken, ze is altijd in mijn zicht.

En zo zie ik steeds meer tekenen. Haar vacht is niet meer zo mooi, hij schilfert, en als ze voor me uitloopt, zie ik ingevallen flanken. Ze raakt ook sneller haar balans kwijt.

Eerder zei ik het grappend, met een knipoog: ‘Ze wordt dement’. Ondertussen denk ik dat het écht zo is. Ze kan minuten aaneen miauwen als een brandalarm. Hard, lang, en zeer aanwezig. En tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik dan soms heel hard ‘Muis!! Kappen nu!!’ roep. Dan schrikt ze van me en rent weg. Wat mijn hart dan weer breekt. Niet dat ze echt bang is, want nog geen vijf seconden later staat ze alweer voor mijn voeten. Inderdaad, te miauwen, maar toch…

ANGST

Inmiddels hebben we twee keer de angst gehad dat we haar kwijt gingen raken. Als de dierenarts dan tegen je zegt ‘Je hebt een heel ziek meisje bij je’, dan ga je stuk vanbinnen. En toch, ze krijgt dan een infuus – ik noem het haar ‘happy-infuus’ met allerlei dingen waar ze van opknapt – en vocht, en dan wordt ze weer beter.

Muis, mijn lieve, kleine Muis die ik in 2003 heb meegenomen vanaf La Gomera, toen meer dood dan levend. Ze was nog maar een paar weekjes oud en had toen – en nu nog – een enorme vechtlust.

Die heeft haar al vaak gered, mijn meisje bleek namelijk ook een voedsel-intolerantie te hebben. Die heeft haar onnoemelijk veel spuugbuien en buikpijn bezorgd. Wat waren we opgelucht toen we uiteindelijk een goede diagnose kregen en we iets konden doen. Wel spuugt ze nog steeds, soms twee keer op een dag, soms een week niet. Regelmatig vraag ik me af of ze nog wel blij is…

Maar ze wil nog steeds spelen, ze vindt het heerlijk om samen te knuffelen. En ze wil eten, en snoepen. De hele dag door. Wat ze vervolgens dan dus weer uitspuugt. Dus krijgt ze verdeeld over de dag hele kleine porties, en af en toe een beetje kattenmelk. En ze krijgt vooral liefde. Heel veel liefde.

‘Krakende wagens lopen [rijden] het langst’. Ik hoop dat dit ook voor mijn lieve Muis geldt en dat ze nog heel lang bij me is.

Origineel gepubliceerd op #NouveauNL d.d. 15 maart 2019