De échte reden dat ik niet wil verhuizen? Die is anders dan je zou denken…

Ik woon op één van de mooiste plekken van Nederland, namelijk het Zuid-Limburgse Heuvelland. Niet alleen hebben we de meeste zonne-uren, we hebben ook de hoogste temperaturen, de mooiste landschappen, én natuurlijk heel veel fijne wine & dine plekjes. Die combinatie is bijna niet te toppen. De enige concurrentie komt van de kust maar mijn Lief houdt bij hoog en bij laag vol dat wanneer Nederland overstroomt, wij nog steeds veilig hoog en droog wonen, dus weekendjes Noordwijk zijn prima maar verhuizen gaat ‘m niet worden.

Ruim twee jaar geleden hebben wij ons huis (weer) verbouwd en een beetje groter gemaakt. Dat kwam omdat we een inpandige garage wilden want veiliger én makkelijker, en ik wilde een andere keuken. Zoals dat zo vaak gaat met klussen en verbouwen haalde ook bij ons het één het ander aan en waar ik eerst nog dacht dat het allemaal wel meeviel, bleek het uiteindelijk een serieus project.

Wordt het de stad of toch het dorp?

Van tevoren hebben we daar vaak en lang over gepraat want omdat ik altijd graag naar de stad ga (London, München, Hamburg, Rome en ook gewoon Maastricht en Aken) moesten we ook met een antwoord komen op de vraag: waar willen we oud worden? In de stad of toch ons dorp? Want deze investering gingen we niet doen om over vijf jaar alsnog te verhuizen.

Gelukkig realiseerde ik me al snel dat ik de stad weliswaar leuk vind voor een weekend maar dat wakker worden en naar buiten lopen met je koffie en dan niks anders horen dan vogeltjes vele malen fijner is dan constante herrie en drukte. Ondertussen is alles alweer gewoon en gewend en denk je er niet meer over na.

Tot gisterenavond. Toen was ik aan het opruimen, en de was aan het doen, en toen viel me weer ‘ns op hoeveel meters ik dan maak. Van de waskamer naar de keuken, naar de slaapkamer, naar de hal, weer naar de waskamer. Daarna naar de garage want oud papier weg en naar de logeerkamer en terug naar de keuken enz. Nou ja, je herkent het vast wel. Soms zijn die 10.000 stappen heel makkelijk.

En terwijl ik de was stond te vouwen en om me heen keek, begon het me ineens te dagen: hoeveel ruimtes wij hebben. En hoeveel spullen daarin staan. Één van de redenen dat ik zo vaak opruim, is omdat ik dan weer weet wat waar ligt en wat er überhaupt in huis rondslingert. Ongeveer dan toch.

Hoeveel spullen kan een mens hebben?!

Ik heb een complete driedeurskast vol kerstprullaria, sinds dit jaar (iets met corona en verveling) ook een plank met ‘Paas-deco’, we hebben een inloopkast en dat wat ik niet meer draag, hangt in een kast in de logeerkamer voor ‘stel dat’.  ‘Stel dat’ komt natuurlijk niet maar breidt zich wel steeds verder uit. Ergo: ook die kast is vol. Behalve van boeken, hou ik ook veel van lekkere grote dekens, ook twee planken vol. Oude dekbedovertrekken mogen niet weg van Lief voor ‘klussen’. Nu besteden we klussen meestal uit dus dat snap ik niet zo maar in alle eerlijkheid zijn die dingen al wel eens handig gebleken bij het inpakken van een televisie. Ik heb nog een spiksplinternieuw voetenbad. In de doos. Lomp groot. We hebben belachelijk veel koffers/trolleys/reistassen. O, en ook meer dan zes golftassen. En golf-reistassen. Allebei idioot veel schoenen. Ik natuurlijk ook nog mijn eigen mini-drogisterij. Lades vol kaarsen en waxinelichtjes, een kast vol vazen, een kast met bloempotten en o ja, mijn roemruchte servies-collectie.

Terwijl ik dit tik, voel ik acuut ‘spullenschaamte’ ontstaan. Want laten we wel wezen: geen mens heeft dit allemaal nodig. Maar ja, wie veel ruimte heeft, verzamelt blijkbaar ook veel.

En dat is dus de échte reden dat ik er niet over peins om te verhuizen: Dan moet het hele huis leeg. De inhoud van elke kamer, elke kast, en elke la moet dan ingepakt. In dozen. Ik zweer het je: dat redden we nog niet met twee grote zeecontainers. Ik krijg al nachtmerries bij het idee…