We doen hetzelfde, waarom noemen we het dan niet hetzelfde?

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Een week of twee geleden was ik een beetje in shock toen ik merkte hoeveel vrouwen schijnbaar totaal niet met taalseksisme zitten. Het ging over onze geboortenaam.

Taal is toch de smeerolie van een samenleving

Ik vraag me af waar dat door komt, want taal is ontzettend belangrijk. Het is een wezenlijk aspect van onze maatschappij, het bepaalt hoe we naar elkaar kijken, taal is humor, en taal is emotie. Taal roept, net als muziek, gevoelens op. We associëren woorden met beelden, zowel positief als negatief.

In het verlengde daarvan vraag ik me al jarenlang af waarom zoveel in onze taal als ‘mannelijk’ wordt gezien, met name in beroepen. Althans, dat denk ik, want voor veel beroepen wordt ook een vrouwelijke vorm gebezigd. Maar waarom eigenlijk? Beroepsnamen zijn bij uitstek geschikt voor gendergelijkheid.

Voorbeelden te over

Iemand is notaris, scheidsrechter, of tandarts. Dan heb je nog een chirurg, een optometrist, een auteur, een professor, een minister, én: een president. Dat is wat het is. Als je wilt weten of het een man of een vrouw is, kun je dat opzoeken, maar het doet er in feite niks toe. Het is namelijk gewoon die notaris of chirurg.

Ik ben tekstschrijver, columnist. Die woorden zóu je een vrouwelijke vorm kunnen geven, maar waarom zou je dat doen? Want het maakt het woord er niet mooier op: tekstschrijfster, blogster. Sterker nog, ook mijn brein is al zo geïndoctrineerd dat ik er iets van vind wanneer ik mijzelf ergens terugvind in een blad of op een website, en er staat bij functie ‘tekstschrijfster’. Ik ben ook blij dat álle vrouwen die ik ken bij de dag-, week- en maandbladen (eind-)redacteur en hoofdredacteur zijn. Hoofdredactrice klinkt ook gewoon niet, net als directrice. Het woord is directeur.

Man en vrouw doen toch hetzelfde werk?

Taal moet zich aanpassen aan voortschrijdend inzicht en een constant veranderende samenleving. Het moet genderinclusief worden. Zolang we dat niet doen, blijft er in onze hersenen nog heel lang iets niet goed gaan wanneer een vrouw haar stem verheft tijdens een vergadering. Want zij is dan ineens ‘bazig’, terwijl een man gezien wordt als ‘zelfverzekerd’ is. Een vrouw is ‘jong maar onervaren’,  een man is ‘jong en veelbelovend. Hij is bedachtzaam, zij een twijfelkont. Hij is ambitieus, zij is arrogant. Dit soort onterechte vooroordelen, het onterecht plakken van etiketjes, verdwijnt alleen wanneer we iedereen hetzelfde aanspreken en de functies hetzelfde benoemen.

De Engelstaligen hebben het beter geregeld

Het is veel makkelijker als je in, bijvoorbeeld, London woont. Daar heb je namelijk geen ‘schrijfster’,  geen  ‘advocate’ en ook geen ‘docente’.  Je hebt er een ‘writer’, een ‘lawyer’ en een ‘teacher’… De enige uitzondering die ik kon bedenken, was ‘actor/actress’.

Taaltechnisch klopt het niet eens

En dan nog iets, dat ‘vrouwelijke leider’, dat slaat vanuit taalkundig oogpunt ook nergens op. Want hebben we het dan over een man met vrouwelijke trekjes, of over een leider van het vrouwelijk geslacht? #taalvoutje 😉

Kortom, ik opteer voor genderinclusiviteit: we zijn allemaal gelijk, én allemaal anders.

*Geschreven voor #NouveauNL, publicatiedatum 17 maart 2021*