Als we dan toch aan de mondkapjes gaan…

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
corona mondkapjes

Wat mot, dat mot’ verzuchtte ik gisteren hardop terwijl ik voor het eerst mijn mondkapje opzette. Ik heb ze al weken in huis, maar kan me er niet toe zetten ze ook daadwerkelijk te dragen. Eerlijk gezegd dacht ik dat het met het mondkapje dat ik op de foto draag wel mee zou vallen maar dat doet het dus niet.

Het gaat me niet om het fysieke: Ik draag geen bril dus geen last van beslagen glazen, ik heb geen astma, longaandoening of heftige hooikoorts dus ik kan prima ademen. Nee, het zit tussen mijn oren. Ik vind het er akelig uitzien. Verstopt, en bij de zwarte die ik veel in de media zie, zelfs agressief.

Maar ja, de laatste dagen hoor en lees ik alleen maar over de toename van het aantal besmettingen en de daarmee gepaard gaande oproep over het toch vooral wél dragen van zo’n vermaledijd mondkapje.

Helpt het?

Weet ik niet. Vast wel een beetje, alhoewel ik me blijf verbazen over het grote aantal mensen dat weliswaar een mondkapje draagt, maar dan bijvoorbeeld niet over de neus. Dan helpt het misschien een héél klein beetje?

En dus stond ik er gisteren zo bij:

In alle eerlijkheid was dat niet omdat ik zo nodig sociaal moest doen. Wel omdat Lief en ik zin hadden in sushi en 9 van de 10 keer gaan wij daarvoor naar Aken, in Duitsland. En daar is het mondkapje op veel plekken wel verplicht. We moeten deze dagen dus iets over hebben voor onze favoriete sushi.

Op social media wordt overvloedig gebruik gemaakt van uitroeptekens om maar duidelijk te maken dat het onzin is om mondkapjes te dragen ‘want schijnveiligheid’.  En als ik dit artikel in Het Parool lees, geloof ik ook niet zo dat het iets uitmaakt.

En toch kan ik er, voorlopig, wel mee leven. Met zo’n mondkapje. Ik krijg er niks van, hoef er geen uren mee te lopen, en doe het dan maar in het kader van ‘alle beetjes helpen’ en ‘kleine moeite, groot plezier’. 

Er zit trouwens ook een groot voordeel aan vast: je staat nooit meer beroerd op de foto. Hoe fijn is dat! Geen: ‘o, die grote neus!’, geen ‘mijn mond is scheef!’, geen ‘ik heb geen bovenlip meer!’.  Niet meer 67 foto’s hoeven maken maar gewoon twee of drie. Komt er zomaar nóg iets positiefs uit dit verder Kwalitatief-Uitermate-Teleurstellende-virus.

Bovendien bestaan er mensen als het Britse model Emma Louise Connolly die er met een dikke knipoog mee omgaan:

Zoals ik al zei: ik draag liever ook geen mondkapje, maar elke dag een wattenstaaf van 50cm in mijn neus geduwd krijgen voor een corona-test om zéker te weten dat ik het virus niet heb, is ook zo wat. Dan maar liever een mondkapje. Met katten erop. Dat dan weer wel 😉