We hoeven elkaar niet met zijden handschoentjes aan te pakken …

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Vraag me niet hoe het gebeurd is, maar op enig moment ben ik fan geworden van Ali B. Best een beetje vreemd, want het is niet alsof ik recht in zijn doelgroep val ofzo, en ik heb helemaal níks met rap. In alle oprechtheid vind ik ‘m ook niet de beste artiest. Ik had Ali B. gewoon nooit zo op mijn netvlies behalve dan als ‘overgewaardeerde-rapper-en-teveel-op-de-beeldbuis-komend-jurylid-van-elke-denkbare-talentenjacht’.

Maar Ali is veel meer dan dat. Hij is ‘a man with a mission’. Hij is volwassen geworden en allang niet meer ‘dat brutale rappende joch’.

Portretfoto Ali B.
Bron: SPEC – Jaimy B.

Zelfhulpboeken

Van ‘knuffelmarokkaan’ heeft hij zichzelf ontwikkeld (onder andere door heel veel (zelfhulp-)boeken te lezen) naar een betrokken bruggenbouwer die prima weet wat hij wil en zijn ideeën voor een meer inspirerende en positieve wereld tot leven brengt door zijn woordkeuze en oprechte betrokkenheid. Maar ook met kritiek weet hij goed om te gaan, van de week bij Jinek bijvoorbeeld, waar het uiteraard ging over zijn gebruik van het woord ‘flikker’.

Ali B. gaat niet ineens sociaal wenselijk antwoorden als blijkt dat een aantal mensen compleet uit hun huisje komt door een uitspraak van hem. Wat hij wel doet, is luisteren en het gesprek aangaan, en dat doet hij zonder zich te verlagen tot schelden en ze de mond te snoeren met dooddoeners. Hij blijft het gesprek aangaan, zoeken naar de nuance en motivatie van mensen.

Zelf ben ik volgens mij best voorzichtig met het gebruik van ‘zelfstandige bijvoeglijk naamwoorden’ voor mensen, en ik heb ronduit moeite met racistische personen maar ook ik ben heel goed in het ‘uitschelden’ van mijn beste, liefste vrienden. Onderling sparen we elkaar niet. Dat kán ook gewoon, juist omdat het mijn liefste mensen zijn.

“C’est le ton qui fait la musique”.

Ik mag mijn Lief een ‘nerd’ of ‘snob’ noemen, een vreemde niet. Mijn vriendin mag mij een ‘kaktrut uit het Gooi met bijbehorende cabrio’ noemen’ of ‘stikverwende prinses op de erwt’ en ik lach dan nog harder dan zij. Als een vreemde zoiets tegen me zegt, is het een heel ander verhaal. Het zijn niet in die zin dezelfde woorden, maar het gaat om de strekking van wat Ali probeerde uit te leggen: binnen een vriendengroep , in een veilige kring, is onderling van alles geoorloofd, wat het daarbuiten niet is.

Laten we elkaar vooral niét met ‘kid gloves’ aanpakken. Als je met vrienden bent, met mensen waar wederzijds vertrouwen en respect is, dan kun je júist heel veel zeggen. Ik ga een vrouw die ik niet ken, niet aanspreken met ‘Hé muts!’ maar bij mijn vriendin doe ik dat met het grootste gemak. Daar denk ik niet eens over na. ‘Domme doos’, is ook zo’n voorbeeld. Vriendin M. hóórt de grijns als ik dat tik in WhatsApp, zelfs zonder een knipogende emoji. Ze ként me namelijk, door en door.

En dáár zit ‘m de crux: weten wat je tegen wie zegt en weten waarom en hoe iemand iets tegen jou zegt. Daar mogen anderen vervolgens van alles van vinden, maar die meningen zijn heerlijk totaal onbelangrijk.