Waarom is het eigenlijk zo ontzettend ‘not done’ om niet te werken?

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Het is een vraag die met enige regelmaat door mijn hoofd spookt: waarom maken zo veel mensen zich zo druk over andere mensen die niet (meer) werken? Meestal wordt het aangewakkerd als ik de zoveelste variant lees over ‘parttime prinsesjes’. De ongelooflijke neerbuigendheid die uit twee woorden kan spreken. Ik vind het knap…

Maar: mensen die parttime werken, werken wel, zij het geen 40 uur of meer per week. Dus over hen heb ik het niet eens. Nee, ik heb het over mensen onder de 66, 67, wat de pensioengerechtigde leeftijd nu ook is, gezond van lijf en leden, die helemaal niet meer werken. Betaald werk that is

Hoe hard we ook roepen dat we meer zijn dan ons werk, onze baan, onze carrière, 9 van de 10 keer is de eerste vraag bij een kennismaking: ‘En, wat doe jij voor de kost?’. Oké, het kan een keer de tweede vraag zijn, maar een introductie gaat niet voorbij zonder dat deze vraag gesteld wordt.

Tweederangs burger

Hardop zeggen dat je andere dingen leuker vindt, of werken gewoon niét leuk vindt, terwijl je, pak ‘m beet, nog 50 moet worden, is ongehoord in onze samenleving, en de kritiek is niet mals. Want die dure opleiding die voor je betaald is en die je nu niet gebruikt, want lui, want ledigheid. Alsof je een tweederangs burger bent, er niet bij hoort.

Waarom eigenlijk?

 ‘Vroegâh’ was het ontzettend cool om op de vraag ‘Hoe is het met je?’ te antwoorden met ‘Druk! Drrrrukkkkk!’

Dat gaf aanzien, respect. Een aantal jaar geleden begon het wel zo’n beetje te dagen dat altijd maar ‘drrrrukkkk’ zijn, echt niet persé betekent dat je nu zo heel lekker bezig bent. Eerder het tegendeel .

Overigens is er wel iéts te zeggen voor mensen die het zo druk hebben, want drukke mensen zijn altijd degenen die nog een gaatje hebben om iets te doen. Of dat nu voor school is, voor vrienden of iets anders. Dat dan weer wel. Maar helemáál niet betaald werken? Daar vinden mensen iets van.

Eigenwaarde. Onafhankelijkheid. Voldoening. Dat is denk ik wel de top drie aan antwoorden die je krijgt op de vraag waarom je zou moeten willen werken.

Ik neem ze even met je door…

Eigenwaarde

Ik kan je uit hoogst persoonlijke ervaring vertellen dat eigenwaarde niét uit je werk komt. Trust me, been there, done that, got the t-shirt. Maar nog steeds geen eigenwaarde. Eigenwaarde krijg je normaliter de eerste paar levensjaren mee. Van je ouders. Die zorgen voor een gezond zelfvertrouwen en een ‘ik mag er zijn en ben oké’-gevoel. Zonder dat wordt het al snel lastig. Ook met prima baan, dito salaris en eigen huis (ja, in mijn eentje) bleef de meter nog steeds hangen tussen de nul en een lullige vijf. Met mijn 50e verjaardag in zicht is het wat beter, maar dat heeft niks met werk te maken.

Onafhankelijkheid

O.M.G… dat haalt echt lelijke dingen in vrouwen naar boven. We hebben het weleens over de roemruchte krabbenmand, nou, in deze mand zitten schorpioenen. Teren op de zak van je partner. Wat als er een scheiding komt. Lekker voorbeeld voor je kinderen. Enzo. Maar wie zegt dat iemand teert op de zak van een partner? Misschien is er wel een erfenis. Of, een stel besluit inderdaad om samen te leven van één inkomen. Kortom: als je niet weet hoe het precies zit, is het misschien een idee om gewoon je snater te houden. En zelfs als je wel weet hoe het zit en er een mening over hebt: Doét die er echt toe? Is het jouw leven?

Voldoening

Dáár kan ik me in vinden. Valt ook niks tegenin te brengen, want iets doen geeft voldoening. Maar waarom zou dat betaald werk moeten zijn? Waarom zou in je tuin schoffelen minder voldoening geven? Of voorlezen in de bibliotheek (nah ja, als die weer open gaan dan) Of zorgen voor mensen in een verpleegtehuis. En wat te denken van mantelzorgers? Zoals wij thuis zeggen: “Whatever makes you tick”. Maar ook hier: als iemand liever een Netflix marathon doet, is dat aan die persoon.

En misschien zit het wel nog heel anders in elkaar

Vergeet niet dat je bij een ander alleen maar de buitenkant ziet. Hoe vaak gebeurt het niet dat een stel uit elkaar gaat en de omgeving zegt: ‘Maar dat was zo’n leuk koppel!’ Je kent enkel de schil. Je weet niet wat je niet weet. Ook al denk je heel dicht bij iemand te staan, de kans dat niet alle gevoelens en gedachten gedeeld worden, is 99%, zelfs bínnen een relatie wordt maar zelden álles verteld.

Dusss….

Zolang iemand niet leeft op kosten van de staat, niets crimineels doet, en gewoon netjes de belasting enzo betaalt, wát is dan eigenlijk het probleem?

Ik kom niet verder dan dat we met ons allen eigenlijk gewoon nog steeds een rete-op-uiterlijke-schijn-draaiende maatschappij zijn: ‘Kijk mij cool zijn met m’n ingewikkelde functienaam / drukke job’. Alsof er zonder dat niks van je over blijft. Maar dat is toch onzin? Want je bent, eerst en vooral, toch gewoon een mens?