Waarom ik helemaal geen ‘anderhalve-meter-maatschappij’ wil…

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Overal lees ik over ondernemers en organisaties die uit alle macht proberen hun bedrijf proberen in te richten naar ‘onze nieuwe werkelijkheid’, ons nieuwe normaal.

En dat nieuwe normaal, dat zou dan inhouden dat we in het vervolg altijd 150 centimeter afstand houden van elkaar. In de bus en in de trein, maar ook op kantoor, in de sportschool en bij de tandarts. In het restaurant en op het terras. Maar nog los van alle praktische hindernissen die daarbij komen kijken – en dat zijn er zoveel dat de moed me bij voorbaat al in de schoenen zakt want op die manier zie ik heel veel (kleine) zelfstandigen binnen afzienbare tijd failliet gaan – kijk ik naar de ‘zachte aspecten’ van zo’n samenleving. En dan moet ik huilen. Ja, alweer. Ik ben veranderd in een wandelende huilebalk…

Ik wíl helemaal geen ‘anderhalve-meter-maatschappij’. Ik wil met familie en vrienden kunnen afspreken en ze een knuffel geven wanneer ik ze zie. Tegen elkaar aanhangen van het lachen én huilen. Schouder aan schouder, arm-in-arm-gehaakt (vals) meeblèren bij een concert. Wanneer ik op kantoor ben, wil ik gewoon naast iemand kunnen gaan zitten en samen naar het beeldscherm kijken om te bespreken hoe we iets gaan oplossen. Een kop koffie geven zonder angst te hebben dat handen elkaar raken.

Dít is hoe vriendschap en liefde er voor mij uitzien: links mijn lieve nichtje F., en rechts hartsvriendin M.

Van de week postte een kennis op Facebook dat zij op 11 maart voor het laatst een knuffel had gehad. Ze vond dat ze daar niet over mocht klagen, dat er veel ergere dingen zijn. Terwijl, huidhonger, dat is afschuwelijk, dat is zó ontzettend eenzaam. En als die 1,5 meter straks écht wordt, officieel wordt, dan hou ik mijn hart vast voor ons allemaal. Want niks is zo helend als een welgemeende knuffel, een arm om je heen als je het moeilijk hebt, verdrietig bent. Niets is fijner dan elkaar vastpakken en een dansje maken van vreugde als iets juist helemaal leuk is. Nieuwe baan, nieuw huis, nieuwe liefde, wat dan ook.

Ik ben heel erg van het aanraken. Als ik zo’n ‘foute-man-op-invloedrijke-positie’ was, had ik allang in de MeToo-problemen gezeten. Gelukkig is dat niet zo en sla ik dus wel een arm om een collega heen, raak ik die arm even aan in het voorbijgaan, en geef ik knuffels aan de mensen die ik graag zie. En dat mag straks definitief niet meer? Gewoon helemaal niet? Hoé dan? In plaats van een run op wc-papier voorzie ik dan een run op antidepressiva. En op honden en katten, dat ook, want die mogen we gelukkig nog wel gewoon knuffelen.

Waar ik overigens wél één hele duidelijke kanttekening bij plaats: een huisdier is voor het leven, niét voor even. Als je er niet goed voor kunt zorgen, inclusief de onvermijdelijke dierenartskosten, laat het dan vooral (!)

Oorspronkelijk geschreven voor Nouveau, publicatiedatum 29 april 2020*