Waar ben je naartoe gegaan?

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Meneer, gaat het goed met u?”
“Jawel hoor.” 

Hij is niet echt duidelijk verstandelijk beperkt, hij is wel overduidelijk niet oké. Anders ga je niet zo plompverloren op de stoep zitten. Zijn ooit witte T-shirt is te klein om zijn buik te bedekken en hij heeft onmiskenbaar al een paar dagen niet gedoucht. 

“Weet u het zeker? Kan ik iemand voor u bellen? Iets doen?”

“Nee hoor.”

“Oké, fijne dag.” Ik twijfel of ik weg kan, blijf nog even naast hem staan. Dan leg ik mijn hand op zijn schouder, geef hem een glimlach en loop terug naar mijn auto. 

Het was druk onderweg naar mijn personal trainer. Niet zo raar, ook de supermarkt, bouwmarkt en bioscoop zijn hier, dus er is altijd wel wat te doen. Ik heb zin in mijn work-out, zing zachtjes mee op de muziek van mijn Spotify-playlist, en kijk een beetje om me heen. 

SMOEZELIGE MENEER


In een flits zag ik hem zitten. ‘Huh, zitten?’ Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel. Ja, hij zit. Gelukkig is er precies op dat moment een parkeerhaven aan mijn kant van de weg. Even later loop ik op hem af. Hij zit met zijn rug naar me toe en van achteren zie ik een beetje smoezelige meneer met afhangende schouders, zijn hoofd naar beneden, naast hem een rugzak. ‘Verslagenheid’, is het woord dat door mijn hoofd schiet. Wanneer ik bij hem ben, ga ik op mijn hurken zitten en kijk hem aan. Hij kijkt terug met heldere ogen. Dat haalt mijn ergste angst weg, ik hoef niet direct 112 te bellen. 

ONBEHAGEN

Om ons heen reed iedereen stoïcijns door. Niémand die even afremde. Ik zag een auto van een bekende zorginstelling; die mensen keken, maar vervolgden ook onverstoorbaar hun weg. Terwijl ik de laatste paar meter naar de parkeerplaats rij, laat ik mijn eigen gevoel van onbehagen toe. Daar schaam ik me voor, maar het was wel zo. Ik merkte het aan mezelf. Toch ben ik blij dat mijn eerste instinctieve reactie sterk genoeg was om op de rem te trappen.  

AAIBAARHEIDSFACTOR

Natuurlijk, het is makkelijker om op een Labradoodle-pup af te lopen. Die heeft, in tegenstelling tot volwassen ongewassen en ongeschoren mannen, een heerlijke aaibaarheidsfactor en dat kan op geen enkele manier verkeerd gaan. Maar jeemig, je ziet de man toch zitten.

SPOORLOOS VERDWENEN

Ruim een uur later, op weg naar huis, kom ik langs dezelfde plek. Hij zit er niet meer. Waar is hij heen? Is hij gaan lopen, bij iemand in de auto gestapt?  Ik zal het wel nooit weten. Of misschien zie ik hem volgende week wel weer…