Volgens mij ga ik die anderhalve-meter-afstand nog best een paar keer missen…

Nog drie nachtjes slapen en dan is het zover: de anderhalve-meter-samenleving verdwijnt.

Dat ik eerder deze week nog een keer of wat opzichtig een paar stappen opzij deed in een vergeefse poging duidelijk te maken dat iemand te veel in mijn ‘personal space’ kwam, zegt alles over mij. Ik moet er nog een beetje aan wennen en vind die afstand helemaal niet per se vervelend.

LouLou en Vanderbilt, té aanwezig

Want laten we eerlijk zijn, ongevraagd en met grote regelmaat geconfronteerd worden met andermans onwelriekende lichaamsodeur is geen feestje. Ik word er soms lichtelijk onpasselijk van. Dat komt meestal door vies oud zweet, maar ook weleens door mierzoete ‘parfums’ á là LouLou en Vanderbilt. Toppunt is een combinatie hiervan: mensen die niet douchen en een eau de toilette gebruiken om dit te verdoezelen. Ze realiseren zich daarbij blijkbaar niet dat dit het eerder erger dan beter maakt.

Aan de andere kant stonden we pré-Covid ook hutje-mutje dus waarschijnlijk ben ik er over een week of twee wel weer aan gewend. Of ik ga toch maar eens leren door mijn mond te ademen…

Gelukkig gaan we langzaam richting herfst en winter, ergo: lagere temperaturen. Het wordt kouder en daarmee wordt overdadig zweten, voor het gros van de mensen, ook minder.

Wat ook dichterbij komt, zijn de feestdagen en dáár gaan we het mooiste Covid-resultaat ervaren dat er maar bestaat: de nieuwe begroetings-etiquette.

Dáág drie awkward luchtzoenen!

Voor personen zoals ik, ronduit klef met mensen waar ik van hou, maar ook net zo ronduit afstandelijk met mensen waar ik minder mee heb, is dit een zegen. En met de realisatie dat we nu een ‘nieuwe etiquette’ hebben, stemt dat mij ineens best optimistisch voor de toekomst.

Want ja, er verandert veel, en lang niet alles ten goede, maar dat is des te meer reden om naar die fijne facetten te kijken.

Want wat dacht dat je van de  ‘invention from hell’ die nu definitief verdwenen is? Ik heb het hier natuurlijk over die drie vermaledijde, onontkoombare, afschuwelijke ‘luchtzoenen’.

Iets met baarden en snorren waar etensresten of druppels in hangen, mensen die een minuut eerder nog een sigaret in hun mond hadden, of – gruwel! – mensen met een vies, nat, bezweet gezicht. Even voor de goede orde: ik geef mijn eigen vent niet eens een knuffel wanneer hij is wezen hardlopen. Ga eerst maar douchen. En zo nog wat zoen-dingen waar ik een tíkje allergisch voor ben.

De ‘stevige’ hand…

Het andere, net zo onaangename, is, met name in de zakelijke sfeer, het geven van ‘een stevige hand’. Een groot aantal mensen heeft dit tot hogere kunst verheven. Ik zweer het: ál die mensen hebben dezelfde ‘managementcursus’ gevolgd: “sta stevig, je voeten wat breder dan je heupen, armen over elkaar, en neem rúimte in! En, het belangrijkste: geef een stévige hand!”. En dat doen al die aapjes dan dus ook braaf.

Met als gevolg dat ik, met mijn trouwring om mijn rechter ringvinger, met enige regelmaat de pijn letterlijk verbijt en één keer, ik verzin het niet, een bloedende vinger had. Zó ‘stevig’ was die hand. Mijn vinger was kapotgesneden door de rand van mijn ring.

En wat dacht je van het andere uiterste? Een klef slap zweethandje. Wáár veeg je vervolgens je hand aan af? Met een jeans kan dat prima, maar wat als je een mooie zijden jurk aan hebt? Bovendien is het kunst dit een beetje subtiel te doen anders is het wel heel onaardig voor de persoon tegenover je.

Met dank aan Covid geldt voor al deze dingen nu een heerlijk:

En aan mijn kringetje intimi:

Let’s hug!

 

*Geschreven voor #NouveauNL. Publicatiedatum 22-09-2021*