Sta ik dan met m’n grote mond …

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Ik heb een, zoals mijn Lief het fijntjes noemt, ‘accentenfobie’. Ontkennen heeft nauwelijks zin want ik vind weinig zo rot om naar te luisteren als duidelijk aanwezige accenten en dialecten.

Hoeveel dialecten kun je hebben?!

Natuurlijk wist ik toen ik 13 jaar geleden vanuit het midden van ons land naar het meest zuidelijke puntje emigreerde dat ik terecht kwam in dé dialectenprovincie. Ik geloof dat zo ongeveer elk dorp in Limburg een eigen dialect heeft. Daar zijn andere dorpen het dan weer niet over eens, net zomin als dat ze consensus kunnen bereiken over wat een ‘echt’ dialect is, maar dat maakt in de dagelijkse praktijk niks uit. Iedereen ‘kalt’ (jawel, ik gebruik een heus Limburgs woord) z’n eigen taal.

Import-Limbo

Als je als import-Limburger komt te werken bij een groter bedrijf, bijvoorbeeld de provinciale krant ‘De Limburger’ dan is de basisafspraak dat iedereen Nederlands spreekt, al dan niet met een ‘zachte G’ of, in mijn geval, een ‘Gooische R’. En dat werkt prima. Tót mensen opgewonden raken over het één of ander. Dan komt de emotie erin, gaat die afspraak met een heel mooi boogje linea recta het raam uit en hoor je een stuk of vijf dialecten. Tegelijkertijd. Ik ging dan maar even koffiedrinken met een andere Hollander.   

Gratis tip: lees Duits en fonetisch, dan snap je het vanzelf 😉

Ondertussen ben ik een paar jaar verder en durf ik te zeggen dat ik zo ongeveer alles wel versta. Terugpraten doe ik het trouwens niet, niet eens misschien.

Overigens is het ook niet zo dat enkel deze ‘Hollandse’ die antipathie heeft: Onderling wordt er ook het nodige geschimpt over elkaars dialect, over wat mooi is en wat niet, en wat ‘echt’ is en wat niet. Maastricht wordt nogal ‘ns op de hak genomen en Vaals, Kerkrade en Bocholtz vormen als trio ook een buitencategorie, namelijk ‘onverstaanbaar’. Ik versta mensen uit die dorpen (meestal) prima dus dat Limburgers zelf net zo goed een tikje subjectief te werk gaan, moge duidelijk zijn.

Hoogleraren stellen dat Limburgers juist beter zijn in taal:

“Een meertalige opvoeding is juist goed en het dialect zit het Nederlands niet in de weg.” Sterker nog: soms blijkt een dialect grote voordelen te hebben. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Limburgs. “Hierin maakt men nog onderscheid tussen mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden, iets wat we in het Nederlands niet meer doen. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die Limburgs spreken, in het Nederlands het verschil tussen ‘de’ en ‘het’ veel duidelijker oppakken.”
(bron: scientias.nl)

‘Ut Sylvia’?

Dat kan wel zo zijn, maar ik kan het echt niet waarderen als er over me gesproken wordt als ‘ut Sylvia’. Hoezo ‘het’? Sinds wanneer ben ik een onzijdig iets? Typisch gevalletje cultuurclash. En al tikkende denk ik ‘o jee’…

Voors en tegens

In de basis vind ik het idee van ‘behoud van dialect’ best mooi hoor, er zijn ook heus argumenten voor te bedenken. Meestal gaan die dus over die tweetaligheid enzo. Maar dat is nu net waar ik het vaak mis zie gaan: Veel mensen in Limburg praten beduidend meer dialect dan Nederlands, of zelfs uitsluitend dialect. Of een ratjetoe van Limburgs en Duits met als resultaat dat het noch ABN, noch ABD  meer is. Daardoor worden er ook veel structurele taalfouten  gemaakt. Wat dacht je van ‘Hij heeft zich een huis gekocht’? Of een Limburger in Amsterdam op een terras: ‘Mag ik een tas koffie?’ Ik snap wel dat die horecamedewerker dat niet snapt. En hé, zolang je binnen een straal van, pak ‘m beet, 20km blijft leven is er niet zoveel aan de hand. Maar stel nu dat je Limburg uit wilt? Om te studeren, te wonen, te werken… In Rotterdam bijvoorbeeld. Dan sta je met je dialect toch echt direct 10-0 achter .

Nee, dat is niet arrogant

Bij het online gaan van deze blog weet ik echt wel wat ik over me afroep. ‘Arrogante Hollandse snob’ valt waarschijnlijk nog in de categorie ‘vriendelijk’. Daar ben ik niet mee eens. Ik praat niet vanuit een (misplaatst) superioriteitsgevoel maar vanuit de wetenschap dat ík tenminste overal normaal verstaanbaar ben. Dialect daarentegen … het is 9 van de 10 keer binnensmonds parlevinken en je ziét andere mensen nadenken: ‘Wat zégt hij nou?’  Ook aan de telefoon is het vaak lastig. En dat heeft dus niks te maken met die ‘zachte G’ of Gooische R’ en wel met de manier waarop je articuleert.

Te vaak verhuisd

En dat ik dit allemaal vind, zou normaliter niet zo erg zijn, ware het niet dat ik klanken en tonen nogal snel overneem. Toen ik, wonende in Muiderberg, van mijn school in Bussum naar de HEAO in Diemen ging, duurde het ongeveer twee weken voor ik tijdens het avondeten te horen kreeg: ‘Syl, let een beetje op je uitspraak?’ Oops… ik had het platte Amsterdams (ook heul lelijk!) al geadopteerd. Ondertussen woon ik dus al jarenlang in Zuid-Limburg waar veel mensen ‘zangerig’ praten. Combineer dat met het Gooi, Amersfoort en Hoevelaken en het resultaat is ietwat ondefinieerbaar. Zó erg, dat van de week een meneer tegen me zei: ‘Ik kan je accent niet plaatsen, kom je misschien uit Rotterdam?’.

Tsja, sta ik dan met mijn grote mond want het is nu niet alsof ik Rotterdams zo lekker vind klinken. ’t Is tijd voor een logopediste.