Morgen is het je 21e verjaardag

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Toen ik je voor het eerst zag, was je een klein hummeltje van drie weken oud. Je oogjes waren nog blauw en je piepte meer dan dat je miauwde, maar vanaf het allereerste ogenblik waren wij samen ‘meant-to-be’. Ik ging op de grond zitten, jij waggelde naar me toe, klom in mijn nek, gaapte, en viel in slaap met je kopje verstopt in mijn haar.

Friends for Life
Vijf weken later mochten we, Lief-van-toen en ik, je eindelijk ophalen: Magic Tim van ‘House of Silverstars. ‘Giekje’ voor intimi. Je maakte kennis met grote broer Max, een rooie kater met bruine ogen. Je probeerde indruk te maken door een hoge rug en dikke staart op te zetten, maar Max keek een keer en besloot dat je een wasbeurt nodig had. Binnen tien seconden lag je op je rug te genieten en waren jullie #FriendsForLife.

Geen zieligerd
Je was mijn eerste huisdier ‘zonder rugzak’. Mijn dieren kwamen altijd van de straat en uit het asiel. Ik loop altijd naar de kneusjes. Jij was de enige uitzondering en man, wat hebben we samen een plezier gehad en wat hield ik van je.

Met vallen en opstaan
Je groeide als kool, werd elke dag liever en mooier. Samen werden we ouder. Ik was 26 toen ik je kreeg, deelde alle ups en downs met jou. En daar zijn er best wat van voorbij gekomen. Je was de enige die álles wist. Jou vertelde ik alles en je mooie vacht was meer dan eens nat van mijn tranen. Drie keer zijn we samen verhuisd. De eerste keer met veel plezier, je was toen een half jaar oud en we vonden dat je een echte tuin moest hebben. Je leerde vogels vangen en kwam zelfs een keer thuis met een baby-konijntje. Toen heb je me wel aan het huilen gemaakt. Wat je maar niet leerde, was dat je gewoon géén kikkers/padden moest vangen. Elke keer trok je vieze bekken en schudde met je kop, maar dat oorzaak-en-gevolg-principe heb je nooit helemaal begrepen.

Waar je dan weer wel heel goed in was, was jezelf in de nesten werken: wespen doorslikken, een splinter in je poot…uiteraard áltijd op zondag. Lees: torenhoge dierenartsrekeningen. Dat ik elke keer dreigde je zakgeld in te houden, maakte geen indruk.

Gezinsuitbreiding
Een paar jaar later bracht ik vanaf La Gomera je zusje mee, Muis. Muis was in het begin super bang en je trok je niet zoveel van haar aan, maar op het moment dat ze loskwam hing ze ook direct in je nek. Of aan je oor. Je had geloof ik niet zo’n hoge dunk van mijn pedagogische kwaliteiten en nam de opvoeding van me over. Elke keer als ze lastig was (en dat vond je haar al snel), joeg je haar met één mep onder de kast. Na een week of wat was die opvoeding voltooid (chapeau daarvoor) en werden jullie dikke vriendjes.

Afscheid nemen doet pijn
Een paar jaar later verhuisden we opnieuw. Jij, Muis en ik samen. Dát was heel verdrietig… Afscheid nemen deed pijn. Maar ook daar sleepte je me doorheen, samen met kleine Muis. We sliepen samen in dat te grote bed in dat nieuwe huis, aten samen gegrilde kipfilet en keken samen Grey’s Anatomy.

De laatste keer
Tot die laatste verhuizing in 2007. Jij was acht, ik was 34 en we gingen naar het Zuid-Limburgse Heuvelland, naar mijn Lief. Jij en Muis dachten vast dat jullie in het kattenparadijs waren gekomen; overal tuin, bosjes en hoog gras. Zodra het zonnetje scheen, was je buiten en ik zág je genieten. We waren happy en je zou nog minimaal twaalf jaar bij me blijven, want dat was onze deal: samen oud worden.

In gruzelementen
Het is ons niet gelukt. Op 13 oktober 2012 kwam je niet naar me toe toen ik thuiskwam. Dat vindt een ander misschien niet heel vreemd, want het was ergens midden in de nacht, maar ik vond het raar. Dus liep ik naar jou… Je lag op de bank en tilde wel je mooie koppie op, maar verder kwam je niet in beweging. Vanaf dat moment ging het mis. De dierenarts kwam erbij, het was niet goed. We gingen naar België waar je extra onderzoeken kreeg, maar ik had geen diagnoses nodig. Ik zag het aan je. Je had pijn. Ik belde weer met de dierenarts en op 18 oktober kwam hij thuis langs. Mijn hart brak die dag in duizend kleine stukjes toen ik zei dat het ‘goed’ was, dat je mocht gaan.

Mijn baby, van begin tot eind
Je sliep heel rustig in, op je lievelingskussen op je lievelingsplek op de bank. Muisje heeft nog een poos bij je gelegen zodat ook zij afscheid kon nemen. De volgende dag in het crematiecentrum heb ik je zelf gedragen, tot het allerlaatst. Het verdriet om jou deed gewoon fysiek pijn. Bovendien was drie dagen later, 21 oktober, je verjaardag. Je hebt je dertiende verjaardag niet gehaald.

En nu?
Nu leven we in 2019. Zeven hele jaren zonder jou. Afgelopen mei is Muisje bij jou gekomen.   Mr. Garfield woont bij ons, zes-en-een-half jaar ondertussen. Ik hou ook van hem zielsveel, en ben blij dat dit naast elkaar kan bestaan. Missen doe ik je nog steeds. Gelukkig slijt het verdriet een beetje, heb ik een glimlach bij de herinneringen.

Morgen is je verjaardag
Dan brand ik een kaarsje voor je, en ik weet dat ik ga huilen. Maar ook dat mag…