Katten afschieten? Zijn ze gek geworden in Friesland?!

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Gisterenavond laat lag ik in bed half slapend nog wat t.v. te kijken toen op het nieuws een bericht voorbij kwam waardoor mijn slaap ineens heel ver weg was. Ik zat gelijk rechtop. Wát een mafkezen daar! Één van de gedeputeerden, Johannes Kramer, presteerde het serieus om te zeggen “Natuurlijk is het spijtig om verwilderde katten af te schieten, maar het is absoluut noodzakelijk want het is nog spijtiger als ze zeldzame weidevogels opeten.”

Hoezó is dat nóg spijtiger? Als rechtgeaarde kattenmoeder gaan mijn haren daar echt recht van overeind staan. En ik heb futloos babyhaar, dus dat zegt wel wat. Ik had mijn eerste poezebeest, een zwervertje, toen ik een jaar of 10 was. Een lapjeskat, en ze bleek drachtig, dus een week of wat later hadden we er ineens zes. Uiteraard hebben we haar daarna zo snel mogelijk laten castreren. Chippen hadden we toen nog niet van gehoord, en ik wilde het haar niet aandoen om met een bandje te lopen. In de eerste plaats was ze dat niet gewend, en in de tweede plaats kon ze er door vast blijven zitten aan bomen en zichzelf ophangen. Niet echt een fijn idee.

Tamme huiskat
Inmiddels ben ik ruim 30 jaar verder. Poezebeesten zijn er nog steeds. Op dit moment twee, Muis en Garfield. Muis heb ik 16 jaar geleden gevonden op La Gomera, en Garfield komt uit het asiel en heeft een akelige rugzak. De enige raskat die ik ooit gehad heb, was Magic. De enige waar je aan kon zien dat het een ‘gewone tamme huiskat’ was.

Dit dus in tegenstelling tot de twee hummels die nu de baas zijn in ons huis. En daarmee kom ik bij mijn punt: Hoe weet je in vredesnaam of het over “verwilderde” katten gaat?! Die van mij hebben geen bandje om, zijn beiden gék op in het zand rollen, en zien er dus vaker wel dan niet uit als een clochard. Bovendien kun je ze wel ‘ns met een vogel in hun bek zien, én zijn ze ’s nachts vaak buiten, zeker zomers als het lekker weer is.

Gechipt
Garfield doet zijn naam eer aan: hij is een grote rooie kater. Muis is een tenger oud dametje. Als je die buiten ziet lopen, hoé beslist zo’n pannenkoek dan dat het een ‘verwilderde kat’ is? Dat kún je helemaal niet zien! Ja, achteraf, als het te laat is en je erachter komt dat de kat gechipt is. Worden ze dan überhaupt nog gecheckt op een chip? Ik neig ernaar te zeggen dat ik dat niet geloof, want o wee als je erachter komt dat je, zomaar een voorbeeld, mij moet bellen om te zeggen dat je mijn poezenkind dood hebt geschoten…

Meneer Reiner Enzerink van de Jagersvereniging stelt ons ‘gerust’ : Jagers kunnen het onderscheid tussen huiskatten en verwilderde katten heel goed maken, zegt hij. “Verwilderde katten zien er heel anders uit en bewegen anders, ze zijn voorzichtiger en schuwer. Verwilderde katten zijn vaak een beetje mottig en onverzorgd. Ze vechten vaak en hebben geen glanzende vacht. Als je op een kat afloopt en hij loopt naar je toe, dan is het vaak een huiskat.”

Vogelvrij
Ga toch weg man… bijna elke oude kat wordt wat mottig en ziet er wat onverzorgd uit, mager ook nog ‘ns… Mijn katten komen ook never nooit niet naar je toe, daarvoor zijn ze veels te schuw. Ik ben daar alleen maar blij om want daarmee kunnen ze niet in verkeerde handen vallen. Maar jij, beste meneer Enzerink, plaatst mijn katten dus in de categorie ‘verwilderd’ en daarmee verklaar je ze vogelvrij. Beetje lullige woordspeling maar past wel in de context.

En, om dan maar in oplossingen te denken: Vang een groep van die vermaledijde grutto’s en kieviten en start een fokprogramma! Elke dierentuin en vogelopvang kan daarbij helpen.

Vangen, castrereren, loslaten
En verder doen wat de Partij voor de Dieren zegt: de CTR-methode toepassen: “Catch Neuter Relaease”, dus “Vangen, Castreren, Loslaten”. Is dat ideaal? Nee, helemaal niet, maar begin eens met dat vangen. Op die manier kun je namelijk controleren of zo’n kat gechipt is, en dús een eigenaar heeft.

Sorry, maar ik kan er écht met mijn verstand niet bij hoe mensen dit kunnen bedenken én dat er één of andere pannenkoek is die zegt ‘goed idee, gaan we doen’. En hebben we er ooit al eens bij stilgestaan dat dit ‘probleem’ is ontstaan door ons? De mens? Omdat zoveel mensen hun kat niet laten castreren, ze dumpen voor de zomervakantie, ze dumpen omdat ze erachter komen dat een dier verzorging nodig heeft en geld kost… Het is dus óók aan ons om dit op een goede, humane (!), manier op te lossen. Die katten kunnen er namelijk niks aan doen.