Ik denk dat ik maar een gele zwembroek op mijn hoofd zet …

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

‘Dries Roelvink wordt columnist’. Toen ik dat las, was ik echt even stil.

 

Nu is Dries Roelvink ongetwijfeld een hele aardige vent hoor, maar ik heb nog nooit iets van hem gezien/ gehoord wat ook maar énige aanleiding gaf om te denken ‘Hé, die schrijft lekker!’

De zinnen die hij uitspreekt zijn vaak niet eens foutloos, dus hoe wil je dan een behoorlijke column schrijven?

In mijn ogen is de beste man is om maar één reden gevraagd: Hij is een zogenaamde ‘BN-er’. En leuk of niet, dat opent deuren. Hoe beroerd je ook schrijft, of dat je überhaupt schrijft, doet er niet toe. Puur door de naam die erboven staat, zullen mensen het lezen.

En tegenwoordig komt élke BN-er, zowel de echte BN-ers als ook de B, C en D-categorie ‘met een boek’. Mogen ze aanschuiven bij Tan, bij Jinek, bij Pauw, bij Van Nieuwkerk, bij Koffietijd en bij RTL Boulevard. You name it, ze zijn er. Mensen die nog nooit iets met schrijven hebben gedaan. De hockeysters en hardloopsters komen met ‘healty lifestyle kookboeken’, de sporters met een biografie, de succesvolle met een ‘how to be boss’ en de ‘afgevallenen’ met een zelfhulpboek….

Ben ik jaloers? Absoluut. En daarnaast ben ik ook oprecht verontwaardigd. Schrijven is een vák, een ambacht.

Ik schrijf, ik blog voor één van de mooiste glossies van ons land, de Nouveau. Ik ben waanzinnig dankbaar voor die kans en doe het met super veel plezier. Voor mij létterlijk 1.500 anderen. Ik wil dat dus ook nog heel graag heel lang blijven doen.

Maar, dat is dus online. Wat ik wíl, het allerliefste, is een column. In print. Elke maand.

Uiteraard hou ik mijn statistieken bij en heb ik een goeie indruk van wat er online met mijn blog op de diverse websites gebeurt. Ze doen het goed, vaak zelfs meer dan dat. Maar ik ben geen BN-er. En daarmee sta ik op 50-0 achterstand.

Zo vaak lees ik columns waarvan ik denk ‘Seriously? En daar krijg je voor betaald?’ Maar nee, realiseer ik me dan. Ze krijgen niet betaald voor wat ze schrijven, ze krijgen betaald omdat het blad daarmee hun naam aan hen kan verbinden.

Sommige columnisten zijn super goed. Neem een Roos Schlikker, Carolien Spaans en Suzanne Rethans. Granted, er gebéurt ook het nodige in hun levens, maar dan nog: Probeer dat maar eens te verwoorden zoals zij dat doen. Dat je aan het einde van een blog even stilletjes voor je uit kijkt, of ze direct opzoekt op Insta of FB om ze een berichtje te sturen. Omdat ze naar binnen komen, je raken…. Dát is schrijven. Dat zijn voorbeelden voor mij.

Natuurlijk kan de boog niet altijd gespannen zijn en moet er soms een adempauze komen in je verhalen. Wissel je het serieuze af met de luchtiger onderwerpen en gebeurtenissen. Lachen is goed voor een mens. Maar ook daar gaat het dus om emotie, om meeleven, om herkenbaarheid…

Alleen, om de kans te krijgen dat te delen met véél meer mensen moet je jezelf blijkbaar éérst in de spotlights werken. Meer dan 100.000 followers hebben op Insta, meer dan 10.000 fans op FB en ik vergeet vast nog van alles. En ik maar denken dat het ging om de inhoud…

En ja, allicht wil het oog wat en moet je serieus je best doen om jezelf een beetje te ‘vermarkten’. Ik kom uit de marketingcommunicatie dus ik weet dat het geen ‘spielerei’ is. Maar moet ik dan eerst met 100 BN-ers aanpappen om zo bij hen in beeld te komen? Ik vind dat niet oké want zij zijn ook gewoon mensen en verdienen echte vrienden in plaats van mensen die ze gebruiken om er zelf beter van te worden.

Ik heb erover gedacht om dan maar mee te doen aan The Voice of Holland, Holland’s Got Talent of Heel Holland Bakt, maar voor alle drie schiet ik schromelijk tekort qua talent. En ja, dat mag je gerust als feit van me aannemen.

Dus blijf ik schrijven. Blijf ik mijn best doen, en hoop ik dat er iemand in bladen- en/of medialand een blog van mij ziet en denkt ‘Hé, die schrijft lekker, die wil ik in mijn blad’.

En tot die tijd zet ik een gele zwembroek op mijn hoofd.

Trekt in ieder geval veel aandacht en dan kan ik aan iedereen mijn verhaal vertellen. Word ik misschien toch nog soort van een BN-er. Wie weet wat dat me oplevert …. 😉